Slaatjesschaak
d.d. 09 januari 2017

 

SLAATJESSCHAAK SPANNEND TOT EN MET DE LAATSTE RONDE

Door ziekte, vakantie, werk, trieste familieomstandigheden, nieuwjaarsrecepties waren er maar 16 speler op het Slaatjesschaak afgekomen. Er werd gespeeld in twee groepen: snel en rapid. Als tempo werd gekozen voor het WK-tempo: 3 minuten +  2 seconden per zet voor het snelschaken en 15 minuten en 10 seconden per zet voor het rapid. De rapidgroep bestond uit 6 spelers en voor een competitie van 5 rondes bleek dit tempo iets te traag. Dus werden de laatste twee ronden gespeeld zonder die 10 seconden erbij. 

Voordat begonnen werd, gaf de voorzitter kort de regels aan en in het bijzonder de onreglementaire zet. Duidelijk was dat, wanneer je tegenstander een onreglementaire zet doet, je de winst moet claimen. Dus als je je tegenstander schaak zet en je tegenstander heft het schaak niet op, moet je niet de koning slaan, maar claimen. Als je de koning slaat, kan je tegenstander namelijk claimen, want de koning slaan is nu eenmaal niet reglementair. Natuurlijk werden ook andere onreglementaire zetten behandeld (zoals Pg1-h4) en dat je dan ook mag claimen. Daar werd natuurlijk lacherig over gedaan. Want zoiets gebeurt toch gewoon niet bij De Zwarte Dame. Welnu, dat gebeurde dus wel. Liever noem je dan geen namen, maar ik ontkom er niet aan (sorry Marko).  

Marko Burger sloeg namelijk met zijn loper een toren van zijn tegenstander, Jan Capello. Wat kan daar nu illegaal aan zijn? Nou, dat zie je aan de notatie: Ld1 x Td7. Huh?! Dat dacht Jan eerst ook en toen claimde hij toch maar. Marko was blijkbaar van gedachten dat er op d1 een toren stond (een logisch veld voor een toren), maar dat was dus niet zo.

Het was toch niet Marko’s avond. In de snelschaakgroep (van 10 spelers) scoorde hij 4 uit 9. Net zoveel als Ton van Vliet en Peter van der Borgt. De tijd dat Marko en Peter mee deden voor het podium zijn nu echt wel definitief voorbij, want hun mager puntentotaal was echt niet alleen maar te wijten aan black outs als Ld1xTd7. Omdat Peter van Ton en Marko had gewonnen, belandde hij toch nog in de finalepoule (na de eerste 9 ronden werden de spelers verdeeld in een top-5 en de rest en die speelden weer een competitietje waarbij de punten van de eerste ronden werden meegenomen). 

Welnu, Peter zal er spijt van gehad hebben dat hij in die finalepoule belandde, want de eerste drie potjes in die finale werd hij genadeloos van het bord gespeeld. En alleen de laatste ronde kon hij zijn avond nog een beetje redden door te winnen. Er kunnen nu op Grocheliaanse wijze excuses bedacht worden voor het optreden van Peter (hij was de wedstrijdleider, moest de punten invullen, etc., etc.), maar het dient geen doel. Conclusie was dat deze avond er vier spelers veel beter waren: Gayan den Hollander, Wilco Krijnsen, Willy Meulblok en Wouter Bliek. 

En dit is (in omgekeerde volgorde) ook meteen de eindstand. Wouter behaalde 11,5 punt uit 13. Zijn Angstgegner was Wilco Krijnsen die van hem won in de “voorronde” en hem in de finale op remise wist te houden. Wilco verloor dan weer twee keer van Willy Meulblok en nog van drie anderen en kwam zo tot 7,5 punt, eentje meer dan Gayan den Hollander. Overigens past toch wel een pluim bij beide spelers, want hun ratings zijn aanzienlijk lager dan die van Wouter en Willy. Willy behaalde 11 punten en werd dus net tweede. De huiskamervraag is: tegen ie liet Willy punten liggen? Het antwoord is simpel: hij verloor twee keer van Wouter en won alle andere partijen. 

Ex aequo met 6 punten eindigden op de 5e plaats Jerry Ros, Ton van Vliet en Marko Burger, die in de “eindronde” alle drie hun schamele puntenaantal uit de “voorronde” nog wat wisten op te halen. Voorzitter Peter van der Borgt eindigde op een “beschamende” 8e plaats met 5 puntjes. De enige twee spelers die achter hem stonden waren de ex-Scheldeschakers Jan Capello en Marius Leendertse. 

Enige troost voor Peter was dat hij tussendoor nog wat hapjes kon scoren en wat pepernoten. Die hapjes werden ook door de andere genuttigd, waarbij de rapidspelers daar natuurlijk meer tijd voor handen dan de “blitz”spelers. Toch gingen er ook rapidspelers door de vlag, waarbij (als dat een competitie zou zijn) Herman daarvan de winnaar was. In het echt wist Herman alleen van de neven Lokerse te winnen. In het onderlinge Lokerse-duel was Dingnis de beste (en eindigde daarmee als 5e) en dat was verdiend. Dingnis had zelfs tegen Kees Weststrate wel meer verdiend, maar net voor dat de digitale vlag van Kees zou vallen kreeg hij Dingnis figuurlijk op de knieŽn.  

Opvallend was dat bij het rapid er geen enkele remise was (bij het snelschaken drie, waarvan Marius Leendertse er twee voor zijn rekening nam). Bij het rapid was de stand ook simpel: nummer 6 had nul punten en nummer 1 had er vijf en iedereen er tussen in steeds een puntje minder. Herman werd dus 4e met 2 punten. Kees Weststrate 3e met 3 punten. De laatste ronde kende ook meteen de “finale”, want Bram Boone en Ton Hertogs met elk 4 punten (uit 4) moesten elkaar bekampen. Bram wist dit “titanenduel” in zijn voordeel te beslechten, waardoor hij de eerste prijs (NB: er waren geen prijzen; er was slechts de eer) mee naar Wemeldinge kon nemen. 

Over een jaartje het volgende Slaatjesschaak. Peter kan alvast gaan oefenen.