Verslagen externe competitie
DZD 1

 

 

Ronde 1 Ronde 2 Ronde 3 Ronde 4 Ronde 5
Ronde 6 Ronde 7 Ronde 8 Ronde 9 Ronde 10

 

 

 

Ronde 10

 

DZD 1 - Middelburg 1 (4 - 4)

 

DZD 1 IS BELANGRIJK VOOR TITELSTRIJD

 

De vorige ronde hielden we de nummer 1 (Landau 2) op 4-4. Daardoor moest Landau deze gezamenlijke slotronde (in Middelburg) winnen om zeker te zijn van het kampioenschap. Maar dat deden ze niet; ze speelden 4-4. Hun wedstrijd was al snel klaar. En bij DZD 1 – Middelburg 1 waren toen nog zeker vier partijen bezig. Daardoor kon Middelburg 1 in matchpunten gelijk met de Axelaars komen, als ze van ons zouden winnen. En omdat de hoofdstedelingen meer bordpunten had, zouden zij kampioen worden. Maar .... ze wonnen niet van de (al sinds de 8e ronde zeker zijnde) nummer laatst.

 

Van de partijen heb ik niet veel gezien, behalve dan die van Marko Burger, want die had (op verzoek van Middelburg) maandag al vooruit gespeeld tegen Sjaak Steijn, die graag met een goed gevoel op vakantie wilde. Of dat gelukt is betwijfel ik. Sjaak kwam een pion voor en Marko kon niet veel doen. In plaats van rustig de boel dicht te houden gooide Sjaak het open en dan is Marko in zijn element; hij kon zijn tactische talenten uitbuiten. Ik denk dat Sjaak het nog wel remise had kunnen houden, maar dat hij Marko’s tegenkansen onderschatte. En eigenlijk werd hij na Marko’s Df7 best snel van het bord gecombineerd.

 

We begonnen dus met 1-0 voor, maar die werd al snel gecompenseerd doordat Eric Clarisse verloor. Eric was direct van het vliegveld naar Middelburg gekomen (en was daar net te laat) en dat bleek geen ideale voorbereiding en hij verloor met zwart aan bord 3. Zwart aan bord 3? Maar jullie speelden toch in Middelburg, dus dan heb je toch wit aan bord 3? Nee dus, want wij speelden op papier thuis. De teamleider had zichzelf daardoor ook laten mindfucken, want hij had zich voorbereid op Paul Koster (waar hij eerder met zwart in no time van had verloren), maar met de verkeerde kleur (met zwart namelijk). Peter van der Borgt speelde inderdaad tegen Paul, maar dan met wit. Overigens kwam Peter wel goed uit de opening en een pion voor.

 

Nog sneller kwam Wilco Krijnsen materiaal voor en omdat Alex Jonkheer, om spel te houden, er nog wat pionnen tegenaan gooide, kwam Wilco steeds verder voor zonder dat ik de compensatie zag. De precieze volgorde weet ik niet meer, maar het werd 3-3. Bij Wouter Bliek en Herman Schoonakker was het ergens mis gegaan en Wilco en Peter wonnen inderdaad. Rinus den Hollander stond inmiddels erg moeilijk, waar Bram Koeman na een goed gespeelde opening een stuk tegen twee pionnen was voor gekomen. Dick Wolters had echter venijnige tegenkansen. Bram haalde die er mooi uit en na Rinus’ opgave haalde Bram het (vooral Landau) verlossende vierde punt binnen.

 

 

DZD 1 1704 Middelburg 1 1743 4 4

1

Bliek 1968 Westerweele 1816 0 1

2

Van der Borgt 1846 Koster 1815 1 0

3

Clarisse 1810 Nellen 1908 0 1

4

Burger 1653 Steijn 1744 1 0

5

Den Hollander 1605 Van Sluijs 1752 0 1

6

Koeman 1694 Wolters 1548 1 0

7

Krijnsen 1622 Jonkheer 1609 1 0

8

Schoonakker 1430 Lauer 1748 0 1

 

terug naar boven

 

 

Ronde 9

 

Landau 2 - DZD 1 (4 - 4)

 

DZD PAKT VIJFENHALVE PUNT IN AXEL

 

Zo, zo: winnen met 5,5-2,5 van Landau 2; Knap! Helaas: DZD 1 heeft niet gewonnen. Die vijfenhalve punt zijn namelijk voor anderhalf punt behaald door spelers van DZD 2 die ook in Axel moesten spelen. Maar dan nog: je houdt 4 punten over en dus moet het wel 4-4 zijn geworden. En dat klopt dan weer wel. Omdat Middelburg 1 gewonnen heeft, kunnen de hoofdstedelingen nog kampioen worden door in de laatste ronde zelf te winnen, mits Landau 2 dan niet wint. En tegen wie moet Middelburg de laatste ronde? Tegen DZD 1! Oftewel: wij konden / kunnen weliswaar niks meer bereiken in de laatste twee competitierondes, maar nog wel een cruciale rol spelen in de kampioensstrijd.

 

Hoe kwam die teamremise tot stand? Welnu, binnen het uur hadden we het eerste halfje binnen. Teamleider Arjo Arendse durfde het niet aan de andere teamleider (Peter van der Borgt) te laten bewijzen dat de Kalashnikov een gezonde speelwijze met zwart is in de Siciliaan (wat niet te bewijzen is, want het is gewoon geen solide speelwijze). Arjo zette wat slapjes voort, er werd veel geruild en Peter bood toen maar remise aan op de 14e zet onder het mom van “jij hebt wit, jullie moeten winnen, jouw rating is hoger”, maar blijkbaar dacht Arjo “de rest zal wel voor de zege zorgen, die van der Borgt dat is toch een goede schaker” en nam het aanbod aan.

 

Ik had geen zonnebrandcrème bij me en was dus gedwongen binnen te blijven kijken naar de resterende 10 partijen (3 van DZD 2 en 7 van DZD 1). En dat was best leuk. Bij Cor Heijboer ging het om de c-lijn. Cor stond ietsje minder (maar had dan ook zwart), had ook zijn torens kunnen verdubbelen (maar zag spoken) en deed dat niet, maar meende een remisestelling te hebben en volgde het voorbeeld van Peter. Alleen werd door zijn tegenstander (Lydia Dubbeldam) Cors remiseaanbod niet beantwoord met een uitgestoken hand, maar met het (vreemd ogende, maar o zo sterke en ontnuchterende) Tc7 wat eigenlijk meteen verliezend was. Weer achter dus!

 

Invaller Marco Baars was de volgende die een nul moest toestaan na een doldwaze partij. Marco had de opening verkeerd aangepakt en moest een stuk geven tegen twee pionnen. Door sterk spel moest Niels Schelleman terug, verloor nog een pion en uw verslaggever dacht dat na Df5, gevolgd door f3, Marco de winst in handen had. Marco koos echter voor Dd5 wat een toren leek op te leveren, maar na Dxa1 volgde Lc3 en Marco’s dame was gevangen. Marco vocht door, bouwde een aantal tactische trucs in, maar Schelleman liet zich niet voor de tweede keer ringeloren.

 

Rinus den Hollander zat in zware tijdnood (“as always”) in een stelling vol tactische (on)mogelijkheden en kansen (en dus ook risico’s). Maar ook buurman Bram Koeman zat in tijdnood. En dat in een stelling waarin Bram zetten lang geen vin kon verroeren en Ronald Janssens zijn stelling steeds leek te kunnen verbeteren. Ik had er dan ook een hard hoofd in, totdat Rinus zonder grote kleerscheuren de tijdcontrole haalde en Bram plots een pionnetje voor kwam en zich kon ontworstelen aan de wurggreep van Janssens.

 

Bram speelde het keurig uit en maakte zodoende de “aansluitingstreffer”. Rinus had weliswaar geen grote kleerscheuren opgelopen, maar stond wel een pion achter. Daar stonden kansen op de onderste rij tegenover. Rinus miste de mooiste (die overigens ook niet meer dan eeuwig schaak zou hebben opgeleverd), maar pakte op een andere manier de remise. Echt gelijk kwamen we door Wilco Krijnsen. Vanaf het begin stond Wilco lekker. Zo lekker dat hij op de a-lijn een pionnetje kon snoepen. Daarna begon Mark Zootjes, ondanks grote tijdnood, “vervelende zetten” te doen en moest Wilco op zijn qui-vive blijven. Dat deed hij.

 

Toen waren er nog twee potjes bezig. Wouter Bliek – Patrick Moens en Eric Clarisse – Theo de Putter. Omdat ik moeite heb om de partijen van Wouter en Eric te begrijpen, beperk ik me tot de feiten. Eric sloeg op f6 en won zo een stuk tegen twee pionnen. Wat de Putter ook probeerde Eric wikkelde keurig af: 4-3 voor! We gingen na 7 nederlagen op rij een keer niet verliezen. Maar ook niet winnen.

 

Wouter offerde een stuk voor drie verbonden vrijpionnen. Die drie pionnen konden echter niet zomaar doorstomen en promoveren. Integendeel: Moens kon counteren. Wouter offerde vervolgens een dame om een soort vesting te bouwen. Helaas bleek de vesting niet stevig genoeg en moest Wouter opgeven.

 

 

Landau 2 1725 DZD 1 1687 4 4

1

Moens 1868 Bliek 1968 1 0

2

Arendse 1874 Van der Borgt 1846 0,5 0,5

3

De Putter 1735 Clarisse 1810 0 1

4

Dubbeldam 1759 Heijboer 1672 1 0

5

Dhuyvetter 1714 Den Hollander 1605 0,5 0,5

6

Janssens 1599 Koeman 1694 0 1

7

Zootjes 1665 Krijnsen 1622 0 1

8

Schelleman 1586 Baars 1275 1 0

 

terug naar boven

 

 

Ronde 8

 

DZD 1 - Scheldeschaak (3,5 - 4,5)

 

WE WORDEN LAATST!

 

Twee rondes voor het einde weten we al zeker dat we laatste worden. Het is zo’n seizoen van “steeds net niet”. Ook nu weer een 4,5 – 3,5 nederlaag. Het begon al fout doordat we, nadat we al gestart waren, nog een vervanger moesten oproepen. Freek Pruis liep toen nog in de Agrimarkt, werd razendsnel naar Kruiningen gebracht om met een minuut of 40 achterstand te starten tegen Cees Freeke. Freek probeerde tijd in te halen, maar dat leidde tot een aanbieding (logisch, in die supermarkt hebben ze ook tig aanbiedingen) van een pion. Freeke nam Freeks aanbod aan. Freek vocht terug, maar moest uiteindelijk zijn meerdere erkennen. Toch veel dank aan Freek om zonder enige voorbereiding in te vallen in de dit seizoen zo kreupele hoofdmacht. Toen was Rinus den Hollander ook al in een moeilijk parket terecht gekomen. Zo moeilijk dat we weer een nul konden bijschrijven.

 

Hadden we ergens kansen op tegenscores? Jawel, Wilco Krijnsen was na een sterk gespeelde opening een kwaliteit voor gekomen en Bram Koeman een pionnetje, waarna Bram afwikkelde naar een eindspel van allebei een paard en een paar pionnen (Bram 5 en Johan de Meester 4). Nu moeten ze wel zo eerlijk zijn om te melden dat Peter van der Borgt en Ton van Vliet toen ook niet echt lekker stonden en dat zeker bij Peter verlies dreigde. Peter had namelijk een kwaliteit geofferd om erger te voorkomen en had daar wat vage tegenkansen voor terug gekregen. Eric Clarisse had toen al geremiseerd met Peter de Putter.

 

Wilco gaf zijn kwaliteit pardoes weg en dat deed Bram ook met zijn pluspion. Remise dus bij beiden. Meer zat er niet in. Nu hadden Ton en Peter inmiddels ook geremiseerd. Ton wist een soort halmastelling op het bord te krijgen. Peter had een pionnetje terug gewonnen, maar stond nog steeds minder. Henry Flikweert, die een puike partij speelde, nam Peters remiseaanbod aan, al was het maar omdat de matchwinst betekende. Konden we dan op geen enkel bord winnen? Gelukkig hebben we Wouter Bliek nog, die tegen Jan Damen eerst een pion won, maar in een stelling die gevaarlijk was, waar torenruil dreigde (en dan zou een eindspel met ongelijke lopers ontstaan) en waar beide spelers weinig tijd had, moest Wouter nauwkeurig spelen. Dat deed hij en na ruim 5 uur kon hij de “eretreffer” noteren.

 

 

DZD 1 1691 Scheldeschaak 1657 3,5 4,5

1

Bliek 1968 Damen 1882 1 0

2

Van der Borgt 1846 Flikweert 1492 0,5 0,5

3

Clarisse 1810 De Putter 1725 0,5 0,5

4

Pruis 1334 Freeke 1671 0 1

5

Den Hollander 1605 Hotwani 1730 0 1

6

Koeman 1694 De Meester 1713 0,5 0,5

7

Van Vliet 1646 De Winter 1596 0,5 0,5

8

Krijnsen 1622 Verschuren 1446 0,5 0,5

 

terug naar boven

 

 

Ronde 7

 

Goes2 - DZD 1 (5 - 3)

 

GEWOGEN EN WEER TE LICHT BEVONDEN

 

Dit is de uitslag

 

 

Goes 2 1709 DZD 1 1644 5 3

1

Van de Braak 1844 Van der Borgt 1846 0 1

2

Kloosterman 1816 Clarisse 1810 0 1

3

Welten 1837 Koeman 1694 1 0

4

Paul 1720 Heijboer 1672 1 0

5

D. de Feijter 1692 Van Vliet 1646 1 0

6

N. de Feijter 1697 R. den Hollander 1605 1 0

7

Tholenaar 1654 G. den Hollander 1450 1 0

8

Verburg 1408 Schoonakker 1430 0 1

 

en die is duidelijk: Goes 2 won weer. Op zich geen verbazingwekkende uitslag: op de borden waar een te verwaarlozen ratingverschil was wonnen we en op de andere borden hadden we ratingpunten tekort (tot meer dan 200) en die borden leverden nullen op.

 

Cor Heijboer verslikte zich in Mark Paul. Niet zozeer door Marks pionoffer, maar Cors drang om veel af te ruilen werd hem fataal. Na Pb5 stonden opeens twee stukken min of meer in. Dat werd de 1-0 voor Goes. Joris Verburg verloor in de opening niet alleen een pion, maar kon ook alleen maar lijdzaam toezien hoe Herman Schoonakker met zijn a- en b-pion zou gaan promoveren. Joris had daar allemaal geen zin en gaf op: 1-1. Gayan den Hollander hoefde pas laat tussen “de burgers” te staan en kon meespelen, maar beleefde weinig plezier aan zijn partij tegen Jo Tholenaar. Leerzaam was de partij wel (Pf3 in open spelen met Lc4 geeft zwart soms de mogelijkheid tot het tijdelijke paardoffer Pxe4, pionnenstructuur is belangrijk en stukken mogen ook achteruit). Jo (die zijn ogen liet druppelen tijdens de partij) won dus: 2-1.

 

Vervolgens belandden de meeste partijen in meer of minder tijdnood. Bram Koeman en Hans Welten speelden een mooie Siciliaan met tegengestelde rokades en de daarbij behorende aanvalskansen. Dreigingen werden door beide spelers gepareerd. Helaas besliste hier een fout in tijdnood de partij: 3-1 voor Goes. Joey van de Braak kwam om iets voor twee uur het pand binnen gestormd, net voordat Peter van der Borgt de partij kon claimen. Joey had wel geluk dat de wedstrijd veel later dan één uur was begonnen, zodat hij maar een minuut of veertig verloor. Peter hield hem stevig in de houdgreep, won een pion, maar dat werd wel een lelijke f-pion. Toen Joey zijn zwartveldige loper had bevrijd, leek die pion er aan te gaan, maar met kunst- en vliegwerk kon Peter die pion behouden en later zelfs wat stukken (waaronder die loper) afruilen. Toen Peter eindelijk zijn paard in het spel kon brengen, liet Joey een combinatie toe die tot kwaliteitsverlies leidde en hoefde Peter alleen maar waakzaam te zijn voor paardvorken. Dat lukte, zeker nadat Peter het paard er met zijn toren afsloeg in de wetenschap dat zijn pion(nen) eerder aan de overkant zouden zijn dan die van Joey: 3-2.

 

Op dat moment had Ton van Vliet zijn aanvankelijke kansrijke stelling om zien buigen in een dame-eindspel met een pion minder. Dat kan nog wel eens remise worden, zeker als je eigen koning een plek kan vinden, waar je niet steeds schaak kan worden gezet. Dat was helaas niet zo. Rinus den Hollander had tegen de andere De Feijter een moeilijke partij, verloor een pion, probeerde nog wat over de h-lijn, maar zijn tegenstander liet niets toe. Rinus en Ton verloren dus. Dat Eric Clarisse na een prima gespeelde partij nog won (ik snap Erics partijen onvoldoende om te kunnen duiden waar in deze partij de crux lag) deed er qua uitslag dus niet meer toe.

 

terug naar boven

 

 

Ronde 6

 

DZD 1 - Goes 2 (3,5 - 4,5)

 

DERDE NIPTE NEDERLAAG DZD 1

 

Weer gingen we met 3,5 – 4,5 de bietenbrug op. Dit keer waren we qua rating de mindere. Dus dan is de uitslag weer logisch. Maar aan logische uitslagen hebben we niks.

 

Niels de Feijter had een offday. Eerst trapte hij in een standaardvalletje (kosten: een pion). Daarna wilde hij afwikkelen naar een waarschijnlijk ook wel verloren toreneindspel, maar hij zette zijn torens op g7 en f8 en na Eric Clarisses Lh6 (kost een kwaliteit) vond hij het welletjes. Ton Hertogs had al snel een eindspel met torens en een paard (en allebei nog veel pionnen) op het bord. Er zat weinig muziek in die stelling: dat werd dus remise. Toen hadden Cor Heijboer en (uiteraard weer met het tussenvoegsel ‘good old’) Jo Tholenaar ook al remise gespeeld. Overigens beslist geen salonremise. Het zag er even eng uit toen Jo met een toren over de a-lijn binnenviel, maar Cor dealde daar prima mee en na nog wat pogingen van beiden zagen ze ook wel in dat degene die op winst zou spelen waarschijnlijk het deksel op de neus zou krijgen.

 

De Goese teamleider Hans Welten had zich op bord 5 geposteerd. Ik wil dolgraag veel over deze partij melden, maar ik heb er te weinig van gezien, behalve het eind toen Bram op de onderste rij ten onder ging. Twee-twee dus. Alle kans op “iets”. Nou, die kans viel wel mee (of eigenlijk: tegen): Kruiningers Peter van der Borgt en Wilco Krijnsen stonden niet lekker, Matthijs Schouten (die een puike partij speelde tegen Mark Paul die meer dan 300 ELO-punten meer heeft) leek op weg naar remise tot hij een vergiftigde pion pakte en wat Cor en Jo voorkomen hadden, overkwam Matthijs wel (hij kreeg het deksel wel op zijn neus). Nu zag het er wel naar uit dat Rinus den Hollander ging winnen. Hij had Eliza de Jong lang in de houdgreep, maar Eliza weigerde “af te tikken” en bleef “vervelend” tegenspel bieden. Daardoor kwam Rinus’ partij in het 5e uur terecht, net als de partijen van Wilco en Peter. Erg ongebruikelijk dat er dan nog drie potjes bezig zijn. Dat het zelfs nog half zeven werd voor de wedstrijd helemaal klaar was, was nog meer bijzonder.

 

Rinus won en komt daarmee op 50%. Peter, die naar eigen zeggen al drie uur verloren stond (maar qua materiaal nog gelijk), wist in dat 5e uur met een tijdelijk paardoffer de stelling zo te vereenvoudigen dat Joey van de Braak ogenschijnlijk nog steeds gewonnen stond, maar feitelijk niet verder kon komen dan remise of verlies (want een winstpoging met Kf4 zou na d4 van Peter tot promotie van die d-pion hebben geleid). Joey speelde (helaas voor Peter en DZD) die koning niet naar f4, maar weer terug naar d3, waarna hij remise aanbood, wat Peter niet aannam, want Peter claimde remise door te melden dat hij Th7 ging spelen, waarna het drie keer dezelfde stelling zou zijn. Wilco Krijnsen speelde toen al een hele poos met een kwaliteit minder dan David de Feijter, maar hield wel steeds remisekansen, omdat David maar niet met een toren in de vijandelijke linies kon binnen dringen. Toen dat (we zitten al in het 6e uur) toch gebeurde probeerde Wilco nog van alles (want beide spelers zaten natuurlijk al tijden met minder dan 5 minuten op de klok), maar deze De Feijter had helaas geen offday.

 

 

DZD 1 1677 Goes 2 1735 3,5 4,5

1

Van der Borgt 1870 Van de Braak 1871 0,5 0,5

2

Clarisse 1866 N. de Feijter 1681 1 0

3

Hertogs 1700 Kloosterman 1829 0,5 0,5

4

Krijnsen 1590 D. de Feijter 1690 0 1

5

Koeman 1693 Welten 1846 0 1

6

Den Hollander 1657 De Jong 1585 1 0

7

Schouten 1371 Paul 1704 0 1

8

Heijboer 1672 Tholenaar 1673 0,5 0,5

 

terug naar boven

 

 

Ronde 5

 

Middelburg 1 - DZD 1 (6 - 2)

 

WAREN WE MAAR GAAN KLAVERJASSEN!

 

Vrijdagavond werd ik gebeld door Paul Koster van Middelburg 1 (onze tegenstander een dag later). Plots was gebleken dat hun clubgebouw niet beschikbaar was door een klaverjastoernooi. Als grapje had ik nog willen zeggen “dan klaverjassen we toch” (met ervaren spelers als Jan Capello en Willy Meulblok en oud-bridgers als Wouter Bliek en mezelf zag ik zeker kansen), maar dat deed ik niet en ik gaf aan dat we ons de andere dag zouden melden in het clubgebouw van Souburg (want naar daar werd de wedstrijd verplaatst).

 

Ik kan nu een heel verhaal gaan afsteken over waar mijn medespelers winst- en/of remisekansen lieten liggen, maar dat zal ik maar niet doen. Ik speelde tegen Paul Koster en in mijn lijfvariant speelde Paul het op zo’n manier dat je als zwart relatief makkelijk naar een remise-eindspel kan afwikkelen. Maar om voor mij volstrekt onbekende redenen, ging ik op zoek naar meer en dat kostte me een vol stuk. De ergernis (over mijn eigen optreden) is nog niet uit mijn lijf. Daarom besluit ik met de gedetailleerde uitslag:

 

 

Middelburg 1 1703 DZD 1 1714 6 2

1

Westerweele 1792 Bliek 1966 0,5 0,5

2

Koster 1728 Van der Borgt 1870 1 0

3

Nellen 1821 Clarisse 1866 1 0

4

Steijn 1757 Krijnsen 1590 1 0

5

Van Sluijs 1807 Koeman 1693 0,5 0,5

6

Wolters 1568 Van Vliet 1649 0,5 0,5

7

Jonkheer 1609 Den Hollander 1657 0,5 0,5

8

Kerssemaker 1538 Meijaard 1417 1 0

 

Ja, ja, u leest het goed: 6-2 verlies!

 

terug naar boven

 

 

Ronde 4

 

DZD 1 - Landau 2 (3,5 - 4,5)

 

WEER NIKS

 

We waren dichtbij een 4-4 (of zelfs een kleine zege), maar we eindigden weer met 0 matchpunten. Terwijl het begin veelbelovend was. Ruim binnen het uur stonden we al met 1-0 voor doordat Ivo Lagendijk (overgestapt van het gestopte De Vesting naar Landau) pardoes in een valletje trapte (welk valletje door de vallenzetter Wouter Bliek als een “flauw grapje” werd omschreven), zag dat hij twee pionnen achter kwam en opgaf. Op de andere borden was heel lang, heel weinig aan de hand. De enige die echt minder stond, was Wilco Krijnsen die langzaam werd weggeschoven en op een gegeven moment met een zo goed als begraven loper en paard zat.

 

Bij invallers Jan Capello en Flip Meijaard zat de remise er al snel in. Flip kon veel ruilen naar een eindspel waarin Flip weliswaar de slechte en Niels Schelleman de goede loper had, maar omdat Flips stelling verder geen zwaktes kende, zat er voor Niels geen winst in, zeker niet omdat Flips zwakke loper op d1 ook eventuele offers van Niels uit het spel haalde. Bij Jan (spelend tegen Niels’ zus Iris) was het complexer en waren de kansen voor Jan groter, maar Jan zag niet direct hoe die kansen verzilverd moesten worden. Jan bood dan ook remise aan, tegelijk met Peter van der Borgt.

 

Peter speelde op bord 1 tegen Patrick (b3) Moens. Die opening (1. b3) kwam dan ook op het bord. Peter redde zich echter prima, ondanks dat Peters voorbereiding zich beperkt had tot het doorbladeren van van der Sterrens openingenboek (en met dat doorbladeren was Peter snel klaar, want over 1. b3 stond niet veel meer dan anderhalve pagina). Toen het er op leek dat Peter geen problemen meer had, speelde hij 22....Pe4 en bood remise aan. Pas ‘s avonds (tijdens het kijken naar een film) bedacht Peter zich dat die zet misschien wel erg goed was en dat dat juist de zet was om op winst te gaan spelen en jawel hoor .... de engine geeft na die zet –2,52 (Peter had zwart!). Grrrrrr: remise aanbieden terwijl je veel beter staat en dat dan ook gewoon nog niet zien. Zo hou je een driedubbel rotgevoel aan deze wedstrijd over: team verliest, zelf win je niet en eigenlijk blijk je er ook nog niks van te kunnen.

 

Kort en goed: Moens nam het aanbod aan. Bij Jan werd het remise en ook bij Theo de Putter en Bram Koeman kwam de remise tot stand die er al een poosje aan zat te komen. Eric Clarisse kon een thematische minoriteitaanval doen en het leek er in die partij op dat Arjo Arendse voor remise moest vechten. Tot Eric in de analyseruimte kwam met de woorden “in twee zetten geef ik het weg”. Ik had nog even de hoop dat hij bedoelde dat winst er niet meer in zat; maar het was erger: hij had al verloren.

 

Snel erna ging Rinus den Hollander in de fout. Mark Zootjes zag wél dat pion g7 niet zowel pion h6 als het paard op f6 kon dekken en zo won hij pion h6. Rinus probeerde zich nog een poosje te verdedigen om vervolgens een kamikazepoging te ondernemen die helaas harakiri bleek te zijn. Omdat Schelleman (Niels) inmiddels ook gezien had dat Flip onverstoorbaar bleef spelen, was het daar remise geworden en lag de druk plots bij Wilco Krijnsen die een slechtere stelling moest zien te winnen. Hij deed daar beslist pogingen toe, maar het was eigenlijk vooral knap dat hij zijn begraven stukken nog enigszins tot leven kon wekken. Omdat Lydia Dubbeldam als een goede teamspeelster ook geen onverantwoorde risico’s meer nam (remise was immers genoeg voor de teamwinst), werd het remise, want “zo blijven we maar schuiven” was Wilco’s analyse.

 

En toen moesten we ook nog de tafels en stoelen aan de kant zetten. Normaal hoeft dat op zaterdag nooit. Maar nu wel. De reden: de Kruiningse kerkscheuring. Op zondag is Ons Dorpshuis plots ook een kerk geworden. Die kerkscheuring ga ik u niet proberen uit te leggen, al is het maar omdat ik het niet kan. Ik weet wel dat of de Zeeuwse journalisten slecht kunnen tellen (want vorige week zouden er 150 kerkgangers in Ons Dorpshuis zijn geweest) of de “kerkscheurders” zijn rasoptimisten of ze hebben hun aanhang in één week verdubbeld, want ze hadden iets meer dan 300 stoelen gereed gezet en dan reken ik die van de organist nog niet mee!

 

Gedetailleerde uitslag:

 

 

DZD 1 1702 Landau 2 1723 3,5 4,5

1

Van der Borgt 1870 Moens 1848 0,5 0,5

2

Bliek 1966 Lagendijk 1785 1 0

3

Clarisse 1866 Arendse 1882 0 1

4

Krijnsen 1590 Dubbeldam 1657 0,5 0,5

5

Koeman 1693 De Putter 1711 0,5 0,5

6

Meijaard 1417 N. Schellemam 1557 0,5 0,5

7

Den Hollander 1657 Zootjes 1647 0 1

8

Capello 1556 I. Schellemam 1693 0,5 0,5

 

terug naar boven

 

 

Ronde 3

 

Scheldeschaak - DZD 1 (4,5 - 3,5(

 

TSJA

 

Hoe het komt, weet ik niet, maar tegen Scheldeschaak lukt het ons nooit een fatsoenlijk teamresultaat neer te zetten. Ook vandaag weer niet. Het begon er al mee dat frontman Peter van der Borgt in zijn lijfopening Le3 speelde, omdat Le2 de vorige keer niet goed beviel, wat een remisestelling opleverde. Welnu: Na 10 zetten stond Peter een stuk achter. Toch leek er verder weinig aan de hand. Eric Clarisse, Marko Burger, Rinus den Hollander en Bram Koeman kwamen goed uit de opening. Herman Schoonakker viel in zijn eigen zwaard, maar kon zich redden door twee stukken te geven voor een toren en een pion. Onze 3e invaller (naast Marko en Herman) Marco Baars speelde met zwart tegen Gerard de Winter en deed dat prima. Marco kopieerde 9 zetten lang de zetten van Gerard, er werd wat geslagen, Marco bleef met een losse d-pion zitten, maar eigenlijk kon Gerard daar niet veel druk op zetten. Gerard bood dan ook maar remise aan. Na overleg met de teamleider nam Marco dat aan. Want net als Gerard had Marco ook geen aanknopingspunten.

 

Peter stond nog steeds verloren, maar deed nog wat obligate zetten. Bij Rinus zag het er goed uit na Nina de Putters b6, want daardoor zou Nina’s paard op c6 verloren gaan. Rinus koos echter voor een paardoffer op f7 wat materiaaltechnisch misschien wel net zo goed was, maar wat Nina wel schwindelkansen gaf. Herman leek ook steeds kansrijker te staan. Bram had een pionnenmeerderheid op de damevleugel die sterker zou moeten zijn dan de pionnenmeerderheid van Martin van Hecke op de koningsvleugel.

 

En toen ging het plots mis. Eric en Marko verknoeiden hun mooie stellingen en kwamen allebei materiaal achter en konden al snel opgeven. Bij Herman was het ook mis gegaan en Peter had ook maar opgegeven. En zo stonden er dus opeens vier-en-halve punt op de Zeeuws-Vlaamse teller. Dat Rinus nog won, dat Bram het eindspel mooi uit speelde en dat Wouter Bliek Jan Damen op een zeldzame nederlaag trakteerde deed er niet meer veel toe. Ik realiseer me dat ik de Kruiningse puntenpakkers in dit verslagje te weinig eer geef, maar de inspiratie en de lust om meer uitgebreid verslag te doen ontbreken.

 

 

Scheldeschaak 1658 DZD 1 1671 4,5 3,5

1

Freeke 1670 Van der Borgt 1870 1 0

2

Damen 1884 Bliek 1966 0 1

3

De Vogelaere 1730 Clarisse 1866 1 0

4

P. de Putter 1732 Burger 1663 1 0

5

Van Hecke 1558 Koeman 1693 0 1

6

De Winter 1644 Baars 1226 0,5 0,5

7

N. de Putter 1601 Den Hollander 1657 0 1

8

Flikweert 1447 Schoonakker 1429 1 0

 

terug naar boven

 

 

Ronde 2

 DZD 1 - Souburg 2 (2,5 - 5,5)

 

 

DZD 1 VERLIEST KANSLOOS

 

Dance, Dance, Dance (volgens mij is die titel gewoon gejat van “Closets, Closets, Closets, Closets”, de concurrent van het kastenbedrijf van Jay Pritchett, de pater familias van de fantastische – tv serie -  Modern Family) staat aan. Zweden heeft met 8-0 Luxemburg verslagen (Wilders tweet net dat we Luxemburg uit de Benelux moeten zetten). Wit-Rusland – Nederland kan administratief afgedaan worden, alhoewel als ik dit artikel start te schrijven net de nabeschouwing van de voorbeschouwing op televisie is. De televisie op een andere zender zetten is geen optie. Een eindje wandelen met de hond is ook al niet aantrekkelijk, want de regen gutst naar beneden. Van arrenmoede begin ik maar aan een verslag van de wedstrijd DZD 1 – Souburg 2. En ik doe dat niet met veel plezier.

 

We werden namelijk keihard met 5½ - 2½ van het veld (of eigenlijk: de bovenzaal van Ons Dorpshuis uit) gespeeld. Overigens is dat dorpshuis een geschenk van diverse partijen na de Watersnoodsramp. De zalen kregen namen van de gulle gevers. Eén van die zalen heet Zweden! Andere: Tasmanië, Drenthe en Apeldoorn. Maar geen één die Luxemburg heet (wat heeft die Wilders het toch weer bij het rechte eind!).

 

Terug naar de schaakwedstrijd. Of eigenlijk net daarvoor. Peter van der Borgt had in de inleidende woorden aandacht gehad voor Tom van Gemert die afgelopen week overleden is na een kort ziekbed. Tom was een persoon die je het gunde om van je te winnen (en geloof me: dat heb ik niet met veel mensen).

 

Tsja, op een gegeven moment moet ik het natuurlijk toch over het wedstrijdverloop hebben. Nou, laten we eerst even de opstelling doornemen. De vorige ronde hadden we nog van de Souburgers gewonnen. Wij hadden onze opstelling dan ook niet gewijzigd, behalve dat we een vervanger moesten inzetten voor Ton Hertogs. Wilco Krijnsen speelde nu op 4 en Herman Schoonakker nam Wilco’s plek op 8 over. Bij de Souburgers zaten alleen Jean-Pierre van Gemert (op 4) en Eric van Driel (op 6) achter hetzelfde bord (maar dan met een andere kleur). Alleen op bord 6 was er dus sprake van een echte revanchepartij.

 

Tussendoor lees ik op Nu.nl dat er weer plannen van het nog te vormen kabinet zijn gelekt. Dat nieuwe kabinet lekt nog beter dan de LuxLeaks (voor leken: zie wikipedia; de Lux staat voor Luxemburg, wat heb ik een hekel aan dat mini-staatje).

 

Nu echt terug naar de wedstrijd: Op de borden 2 en 3 bereikten de vier spelers niks en werd het relatief snel remise. Helaas was Rinus den Hollander met c6-c5 enorm in de fout gegaan. Na Martin de Bocks Da4-h4 stond Rinus opeens verschrikkelijk: pionverlies was onvermijdelijk, Martin kreeg b- en d-lijn in bezit en Rinus had ook nog eens een waardeloze dubbelpion. Eigenlijk was het een godswonder (wat Nederland ook nodig heeft willen ze het WK nog halen) dat Rinus nog tegenkansen kreeg. Het kostte Rinus wel veel tijd, maar hij bleef keurig op een minuut of 2 staan. Toen een simpele torenzet logisch was, haperde Rinus opeens en dan zijn twee minuten zo om en heb je de nul die er al een poos aan zat te komen (maar die je nog leek te gaan ombuigen naar een halfje) binnen. Omdat Wouter Bliek na een binnenvallende dame op h8 met zijn koning in een matnet moest lopen, kregen we nog een 0 om onze oren en omdat het bij Herman Schoonakker en Laura Tiggelman terecht remise werd stonden we met 1½ - 3½ achter.

 

En in de drie resterende partijen stonden we materiaal achter en slechter. Maar: de stellingen waren complex (dus foutgevoelig) en alle zes spelers hadden niet veel tijd meer (de één overigens meer dan de ander) (ook foutgevoelig dus). Met veel geluk zouden we toch nog een resultaat kunnen neer zetten. Maar het geluk (dat het Nederlands voetbalelftal nodig zal hebben) was er maar op één bord. Niet op dat van Cor Heijboer (Eric van Driel kreeg dus zijn revanche) en niet op dat van Bram Koeman, maar wel op het van Wilco Krijnsen. In een doldwaze partij (alhoewel die van Cor ook in aanmerking komt voor die titel, maar in de analyseruimte was uw verslaggever niet verder gekomen dan het begrip “koddig” voor Cors partij) wist Wilco het enige volle punt te scoren, terwijl het grootste ratingverschil in ons nadeel juist op zijn bord was.

 

Zodoende staan we ergens in de middenmoot van het laatste jaar Zeeuwse Hoofdklas. Het zal ongetwijfeld weer een spannend jaar worden. De kampioen mag naar de landelijke 3e klas, maar als ik de resultaten van ZSC zie in de eerste twee ronden betwijfel ik of je kampioen moeten willen worden van die Hoofdklas.

 

 

DZD 1

1716

Souburg 2

1731

2,5

5,5

1

Bliek

1970

Van Rooijen

1916

0

1

2

Van der Borgt

1891

Steijn

1816

0,5

0,5

3

Clarisse

1864

Toetenel

1859

0,5

0,5

4

Krijnsen

1576

Van Gemert

1770

1

0

5

Koeman

1689

Schoor

1714

0

1

6

Heijboer

1656

Van Driel

1763

0

1

7

Den Hollander

1655

De Bock

1558

0

1

8

Schoonakker

1429

Tiggelman

1454

0,5

0,5

 

O ja: over voetbal gesproken. Vanwege mijn adoratie voor Maradona (de voetballer) ben ik in het landenvoetbal eigenlijk nog meer voor Argentinië dan voor Nederland en dat land lijkt zich ook niet te plaatsen voor het WK. En ze plaatsten zich ook nog nooit voor het EK! “Logisch” hoor ik je denken, want Argentinië ligt in Zuid-Amerika, dus ze mogen niet mee doen. Nou, Israël doet ook mee (tenminste aan de kwalificatie; ze haalden de eindronde nooit) en Australië doet mee aan het EuroSongfestival en last but not least BSV 3 (uit Bergen op Zoom) speelt mee in de Zeeuwse Promotieklas.

terug naar boven

 

 

Ronde 1

 Souburg 2 - DZD 1 (3 - 5)

 

 

DZD 1 KRIJGT SOUBURG 2 OP DE KNIEËN

 

Het begin was niet goed. Cor Heijboer maakte een fout in de opening en stond na een kwartier al naar een pion achterstand zonder compensatie te kijken. Een half uur later zaten Martin de Bock en Wilco Krijnsen in een stelling waarin weinig materiaal over was, niemand een pionnenmeerderheid had en er verder ook geen aanknopingspunten waren om “voor de winst te gaan”. Het was dan ook wachten op de remise of een fout van de één of de ander.

 

Ton Hertogs kwam niet lekker uit de opening en besloot wat stukken af te ruilen. Het kostte hem wel een pion, maar de ergste dreigingen waren uit de stelling. Rinus den Hollander kreeg het Albin’s Tegengambiet te verwerken. Dat deed hij prima en hij kwam een gezonde pion voor. Zo’n pion stond Cor ook nog steeds achter; alleen waren daar behalve wat pionnen alleen nog lichte stukken over gebleven en was niet duidelijk hoe Eric van Driel die materiële voorsprong tot een zege kon promoveren. Na 2 uur spelen kon er dan ook nog niks gezegd worden over welke kant het op zou gaan in deze teamwedstrijd.

 

Verrassend was dat Bram Koeman en Ronald Steijn als eerste “uit” waren. In een Siciliaan met van beider zijden een koningsaanval bood Ronald remise aan (het was een “dode” stelling geworden zeiden beide spelers later). Bram kreeg van teamleider Peter van der Borgt het vage advies dat hij zelf mocht weten of hij het aanbod aan nam of niet. En dat deed Bram dus. Wilco was de volgende die een puntendeling overeen kwam. En hier was het hoogstens verbazingwekkend dat ze nog zo lang hadden gespeeld. Rinus den Hollander had inmiddels nog een pion gewonnen. maar was wel (niet zo verrassend) in grote tijdnood. Gelukkig kon hij een heleboel afruilen (Td8+ en er zou een paardeindspel resteren waarin Rinus twee pionnen meer had). Of Rinus zag het niet of hij wilde het tactisch afmaken (maar dat is in tijdnood meestal niet verstandig) met een torenoffer, maar na een tussenschaak bleek dat juist materiaal te kosten. Gelukkig kon Rinus nog naar remise afwikkelen.  Ook remise werd het bij Eric Clarisse en dat was een meevaller, omdat uw verslaggever de indruk had dat Paul van Rooijen de meeste kansen had. Eric zag echter (heel knap) een niet (of door mat) op te lossen eeuwig schaak manoeuvre.

 

Twee-twee dus. Maar wat staat er op het whiteboard: 2-3!? Vanuit zijn ooghoeken ziet uw verslaggever dat er achter bord 6 geen spelers meer zitten en dat op e5 een koning staat en op e4 geen ten teken dat zwart gewonnen heeft. Kannniewaarzijn! Hoe kon Cor gewonnen hebben? Welnu, Van Driel wilde ijzer met handen breken, offerde een g-pion, waardoor Cors h-pion een vrijpion werd die door blokkade van de f-pion plots niet meer te stoppen was.

 

De resterende drie partijen zouden dus bepalend zijn. Ton stond nog steeds een pion achter en het leek er op dat Van Gemert dit zou moeten kunnen winnen. Wouter Bliek speelde tegen de taaie Max Toetenel. Peter van der Borgt was in een traditioneel verlopen Noteboom terecht gekomen: zwart had twee vrijpionnen op b- en a-lijn en wit op de c- en d-lijn. Tegenstander Roel Schroevers had wel minder tijd dan Peter, die op een gegeven moment een pionnetje won, maar dat zei in die stelling die uitnodigde om de fout in te gaan niet zo veel. En toen was het pardoes 2-4. Had Roel een fout gemaakt? Nee, hij was door zijn vlag gegaan en daar was Peter maar wat blij mee.

 

Wouter maakte daarna snel remise. Toch zal hij niet echt tevreden zijn. Hij speelde een prima partij, kwam een pion voor en verloor die ook weer snel doordat hij wat varianten onvoldoende had doorgerekend. Omdat Van Gemert de pluspion niet te gelde kon maken, gingen we (zeker gezien de ratingverhoudingen) met een prima 5-3 zege naar huis.

 

 

 

Souburg 2

1781

DZD 1

1750

3

5

1

Toetenel

1859

Bliek

1970

0,5

0,5

2

Schroevers

1848

Van der Borgt

1891

0

1

3

Van Rooijen

1916

Clarisse

1864

0,5

0,5

4

J.P. van Gemert

1770

Hertogs

1697

0,5

0,5

5

Steijn

1816

Koeman

1689

0,5

0,5

6

Van Driel

1763

Heijboer

1656

0

1

7

Schoor

1714

Den Hollander

1655

0,5

0,5

8

De Bock

1558

Krijnsen

1576

0,5

0,5

 

terug naar boven